Dag 18: thuis

Dag 18: thuis

Was de dag van gisteren al weinig noemenswaardig, vandaag zou het nog saaier worden. Een paar meldingswaardigheden:

  • De nacht was klam en warm geweest, de dag zou meer van hetzelfde gaan brengen: we vertrokken met tropische temperaturen uit Nederland en we keerden weer terug met dertig graden.
  • Op onze eerste camping in Groningen hebben we meer muggen gezien dan in heel Zweden: dat was in het verleden wel eens anders.
  •  Het ontbijt in het hotel was op zich prima voor de 8 euro 50 die ze rekenden.
  • Was Bargteheide niet de moeite van een tweede bezoek waard, ook Zwartemeer, net over de grens met Duitsland, hoeven we nog een keer te bezoeken. Hier maakten we een pitstop omdat Charlie opeens heel erg last van haar buik kreeg en helemaal wit wegtrok. Na een wat pijnstillers en een ijsje ging het weer beter en konden we verder met de hete reis.
  • De muzikale ontdekking van deze vakantie: de Globglobgangalap. Het schijnt ook een film te zijn…
  • Kwart voor vier kwamen we aan en werden we door onze beide katten verwelkomt.
  • De filmmarathon bestaat dit jaar uit Brick, Raising Arizona, Spoorloos, Millennium Actress, Borat, Ocean Waves en The Prestige. Wanneer de marathon gaat plaatsvinden is nog niet helemaal duidelijk, want Mae vertrekt morgen alweer.
Dag 17: Zweden, Denemarken, Duitsland

Dag 17: Zweden, Denemarken, Duitsland

En toen was het tijd voor de grote terugtocht. Het zou een tweetrapsraket worden, waarbij we op dag één van Simrishamn via Malmö, de brug naar Denemarken, naar de pont van Rödby zouden rijden om dan ergens in Duitsland te stoppen voor de nacht.

Dat was dus ook wat er min of meer gebeurde. De wekker stond om acht uur, zodat we rond een uur of negen uur wegreden, nadat we alle spullen in het roze huis weer een beetje hadden opgeruimd. Ik had al vaste tickets voor de pont gekocht -de overtocht van 14:15- waarmee we ruim voldoende tijd zouden hebben om naar Rödby te komen. Na een paar uurtjes rijden over het heuvelige Zweedse landschap (met zo’n beetje elke 500 meter een rode wouw), over de grote brug naar Denemarken arriveerden we uiteindelijk rond een uur of éen in Rödby.

Wachten bij de boot

Hier bleek ik kaartjes gekocht te hebben van Duitsland naar Denemarken in plaats van andersom. Het bleek gelukkig geen al te groot probleem: de kaartjes werden omgeboekt en zo kwamen we zelfs in een eerdere boot dan degene die we origineel gepland hadden. Het enige meldingswaardige over het (saaie) stuk door Duitsland was dat we een hele grote REWE bezochten, in een poging alsnog de langgezochte Fuego hot sauce te vinden. Ze hadden er alles van Fuego, maar helaas niet de hot sauce…

Het einddoel was hotel Papendoor in Bargteheide, een paar dagen eerder min of meer op prijs geboekt via booking.com. Het bleek geen echte schot in de roos: in de twee kamers die we geboekt hadden stond een twee persoonsbed waar ze drie kussens op hadden gelegd zodat het een drie persoons kamer moest lijken. Bovendien was het in Duitsland een warme dag geweest, stonden deze kamers op de zonkant en was er niet echt iets van ventilatie. Om met zijn drieën in een te klein bed gaan liggen, leek ons geen goed plan. Gelukkig bleek het hotel in tweede instantie een ‘twee persoonskamer’ te hebben (een twijfelaar met twee kussens), zodat we toch nog konden gaan slapen.

Eindelijk weer even achter een scherm

Terwijl de kinderen zich achter de tv verschalkten, inspecteerden de ouders het dorp, op zoek naar een restaurant. Bargteheide had verder weinig bijzonders te bieden: een typisch Noord-Duits dorp, met twee concurrerende ijssalons, drie concurrerende grill houses, een Griek (of twee), een Aziatisch restaurant (gesloten op dinsdag) en een ratjetoe aan huizen. Vlees kon je overal wel eten, maar voor de vegetariër was het weer een moeizaam gebeuren.

Uiteindelijk gingen we zitten in een terras bij een park, wat ook een restaurant bleek te zijn. We dronken een bier, de kinderen sloten zich bij ons aan en besloten hier dan ook maar wat te gaan eten. De vegetariër kwam er bekaaid vanaf -groenten overdekt met kaas-, maar ook de andere maaltijden waren niet echt bijzonder. Het enige positieve punt was dat ik vlak voor het eten nog even de plaatselijke REWE binnenliep en daar, dan toch eindelijk, de Fuego hot sauce wist te bemachtigen!

Gelijk maar even voor een jaar of twee ingeslagen

Dag 16: verkeerd Loppis land

Dag 16: verkeerd Loppis land

De dag begon goed, liep vervolgens langzaam maar zeker in de soep en eindigde gelukkig toch wel weer ok. Da’s de korte versie.

De iets langere versie is dat ik niet zo heel goed geslapen had, omdat ik last had van mijn linker middelvinger. Tijdens het eten koken had ik me gister gesneden en dat leidde ertoe dat ik tijdens de hele nacht een zeurende pijn aan die vinger had, die het in slaap vallen bemoeilijkte. Toen ik eenmaal naast mijn bed stond bleek dat het niet de wond was die voor de zeurende pijn zorgde, maar de pleister die net iets te strak om mijn vinger zat.

Toen dat probleem eenmaal opgelost was, besloot ik de vroege ochtend productief te gebruiken door een stuk te gaan hardlopen langs de kust. Er bleek hier een prima fietspad te zijn en ik zag zelfs een aantal echte rugzakkers lopen, dus Skåne kent gelukkig wel de loopcultuur die elders in Zweden leek te ontbreken. Al rennend verkende ik Simrishamn ‑best ok, beetje toeristisch- en buurdorp Brantevik -veel rustiger, mooie huisjes, leuke zee- om vervolgens weer terug te keren.

Stukkie rennen langs de kust

Terug in het roze huis bleek iedereen wel zo’n beetje wakker. Er werd koffiegezet, ontbeten en er werd besproken wat we met deze dag zouden gaan doen*. Anders dan de voorgaande dagen was het weer voor de verandering bewolkt en het zag er zelfs een klein beetje dreigend uit, dus het strand viel af. Besloten werd eerst ons eigen dorp te bezoeken en daarna op zoek te gaan naar Loppi: dit was immers onze laatste kans, want morgen zouden we weer terug naar Duitsland rijden.

Het dorp was een beetje, mwoa. Een haventje (sfeerloos), een wandelgebied (met allerlei cafés met overdekte terrassen), wat winkeltjes (van het soort waar je weinig aan hebt), een klein marktje. Als rugzakker ben je waarschijnlijk helemaal blij met zo’n dorp, maar voor ons werkte het gewoon niet helemaal. Gelukkig hadden ze dan wel weer Ben en Jerries in de haven, maar zelfs de Loppis van het dorp was tuttig en duur.

Ben en Jerries to the rescue

En daarmee was de toon eigenlijk wel gezet, want toen we eenmaal in de auto zaten bleek al snel dat dit deel van Zweden niet ons soort Loppisland is. Je kon het eigenlijk gelijk al zien aan de auto’s die buiten de Loppi stonden: te duur. De prijzen van de spullen lagen een heel stuk hoger en de spullen lagen ook allemaal keurig gerangschikt, niet een chaotische berg waar jij precies iets uit weet te vinden wat door anderen over het hoofd was gezien. Meer antiquairs dan Loppi. Ook mijn idee om het leukere buurdorp Brantevik te laten zien, was geen succes. Ik had al rennend het hele lintdorp aan mij voorbij zien trekken, maar als je alleen het centrum zag**, stelde het eigenlijk ook niet veel voor.

“Dus jij zei dat Brantevik leuk was??”

Het dreigde een beetje een verloren dag te worden, wat toch altijd zonde is als het de ‘laatste’ dag van je vakantie is. Na een korte pitstop in het roze huis, besloten we nog een keer terug te keren naar de haven voor de snackbar: fish and chips met hotdogs. Om nou te zeggen dat het een wondermiddel was, is wat overdreven, maar vanaf dat moment ging het weer de goede kant op.

We deden boodschappen en keerden terug naar het huisje. Hier regelden we zaken voor de vervolgvakanties van de kinderen, was er echt bier voor de ouders*** en werden er spelletjes gedaan. Het avondeten bestond uit schuifpizza’s en na het eten deden we roulatie-disco, waarbij iedereen om de beurt een nummer mocht kiezen op de boombox die we in het huis hadden gevonden.

============================================

* En er was ruzie, wat de sfeer de eerste helft van de dag niet echt ten goede kwam.

** De haven in dit geval.

*** Dit is de eerste keer dat we in zo’n officiële Zweedse drankwinkel zijn beland. In supermarkten mag er geen alcohol van meer dan 3,5% verkocht worden, waarmee lekker bier en wijn dus eigenlijk afvalt. Goed voor onze gezondheid, want van drinken komt er dan niet veel.

Dag 15: naar een huisje

Dag 15: naar een huisje

De zon, hij was weer even onverbiddelijk als gisteren, dus ook vandaag was iedereen relatief vroeg uit zijn/haar tent. Is het zo warm dan, vraag je je misschien af? Niet als je het weerbericht mag geloven, die aangeeft dat het elke dag aan het einde van de dag een graad of 22/23 zou moeten zijn. Vreemd genoeg komt het allemaal veel warmer over, al helemaal in zo’n tentje dat vol op de zon staat.

Er werd ontbeten, er werd opgeruimd en er werd ingepakt, want we zouden vandaag verkassen naar een roze huisje in Simrishamn, een plaatsje aan de oostkust van de provincie Skåne, het meest Zuidelijke puntje van Zweden. Haast hadden we niet, want we konden pas om drie uur inchecken in ons nieuwe paleisje, terwijl de autorit maar twee-en-een-half uur in beslag zou nemen. Dus wat doe je, als je al om half elf wegrijdt? Je bezoekt eens een Loppis*, gaat eens naar zo’n mega supermarkt (een Willy’s in dit geval) en zoekt op een goed moment de kust op voor een verkoelende duik en wat lunch.

Strandhutjes bij Åhus

Vooral dat laatste was leuk en vond plaatst bij de plaats Åhus. We hadden mazzel met het vinden van een parkeerplek en belandden na een korte wandeling op een dun, wit zandstrand. De zee was opmerkelijk helder, koud, maar was een stuk minder zout dan bij het Kattegat. Anders dan bij de Noordzee kon je hier ook gewoon ver de zee in zwemmen, wat sommige lieden dan ook deden. Ik struinde nog wat langs de kustlijn en stuitte zo nog op bosjes aarereprijs.  

Aarereprijs

Er werd wat gezwommen, er werd geluncht en daarna stapten we weer in de bus voor het laatste stuk naar het huisje. Ook deze keer viel dit alleszins mee: het was veel groter dan verwacht, had een riante (ietwat uitgedroogde) tuin en ook de strijd om de bedden leverde dit keer geen al te grote problemen op. Enige nadeel was dat we aan de hoofdweg lagen en dat er weinig te zien was van de leuke cafés die ons beloofd waren. Die waren waarschijnlijk te vinden bij de kust, die 800 meter de diepte in lag en waar we vandaag geen puf meer voor hadden.

Prosecco time!

De rest van de dag stond in het teken van het installeren, het opladen van allerlei elektronische apparatuur (eindelijk weer onbeperkt stroom!), koken, het draaien van een was en de traditionele vaststelling van de lijst met films die op de filmmarathon gekeken zouden gaan worden. De ouders trokken zich tijdens dit proces terug naar de tuin om een glas prosecco te drinken**. Elisa inspecteerde de pruimen, de kruisbessen en de aalbessen, terwijl ik trachtte te achterhalen welke vogel een vreemd piepgeluid maakte***. Verder was Charlie nog ongelukkig omdat ze haar oorbel kwijt was en hebben we daarnaast de rest van de terugreis naar Nederland geboekt.

De uitslag van de filmmarathon van dit jaar

=================================================

* Wat mij betreft de leukste tot nu toe, ook al heb ik er ook nu niets gekocht.

** Van het huis.

*** Er zat in elk geval een kneu hoog in de boom, maar of die dat piepgeluid maakte, vraag ik me af.

Dag 14: rondje meer

Dag 14: rondje meer

Geen kwaad woord over onze nieuwe camping, maar dat je rond zeven uur je tent uitgebrand wordt, is toch wat… uhm vermoeiend? De ouders hielden het niet langer dan kwart voor zeven uit, de weerstand van de kinderen was rond half negen wel zo’n beetje gebroken. Bijkomend voordeel was uiteraard wel dat de dag daarmee een stuk langer wordt, maar wat te doen met zo’n lange dag?

Zinderende hitte vanuit de tent bezien

Gisteravond speelden we nog met de gedachten om terug te keren naar Växjo, de stad waar we een paar jaar geleden nog waren geweest en waar een -in de ogen van de kinderen- legendarisch café was*. Vanmorgen kwam ik echter met een alternatief op de proppen: via een één of andere app/site had ik alsnog een ‘grote wandeling’ uit de hoed weten te toveren. Hiervoor moesten we weer terug naar het stadje waar we gisteren nog boodschappen deden, Tingsryd. Bijkomend voordeel was dat de kans dat we vervolgens bij Bamboo Garden zouden gaan eten sterk was toegenomen**. Er werd luid gejuicht toen dit voorstel werd ingediend.

Bosbessenvangst

Schoenen aan, de auto in en op naar Tingsryd. Hier bezochten we nog de Loppis from hell*** en begonnen toen aan onze wandeling rond het plaatselijke meer. De wandeling zou een kilometer of twintig zijn en het bleek dat het grootste deel over asfalt of andere verharde paden ging****. Het mocht de pret niet drukken, want we liepen door bossen, langs bosbessen, frambozen, kwamen op een goed moment weer bij het meer en een oud industrieel terrein van een jaar of honderd geleden: alles wat resteerde was ruïnes en vage contouren. Op het laatst moesten we nog een stuk langs de ‘snelweg’ lopen, wat maar weer aangeeft dat je niet elke site moet geloven die een wandeltocht aanbiedt… Gelukkig hadden we de traditionele spook/detectiveverhalen om ons door de moeilijke momenten heen te helpen^.

Nieuwe ‘legendarische’ herinneringen: Bamboo Garden!

En de beloning was fantastisch! Na een verfrissend drankje bij het eerste tankstation dat we tegenkwamen, liepen we naar Bamboo Garden, waar we om twee over half vijf arriveerden: net twee minuten na het verlopen van het lunchbuffet^^. De prijs was nu 18 euro de man voor (denk ik) hetzelfde buffet, inclusief een drankje en inclusief ijs toe! Toen we naar binnen gingen waren we nog stoer en dachten we dat we tot acht uur bezig zouden zijn, om zes uur werden buiken met elkaar vergeleken -er zijn foto’s van- en had niemand meer echt puf om door te gaan.

Ik haalde de bus en vervolgens keerden we terug naar onze camping. Hier buikden we uit, lazen we boeken^^^, deden puzzels en gingen niet al te laat naar bed. De laatste avond in de tent…

=======================================

* We hebben zelfs nog gegoogeld: het café was er nog, maar leek toch wel wat veranderd. Het probleem met het terugkeren naar ‘legendarische’ herinneringen uit het verleden eigenlijk alleen maar tot teleurstelling leidt.

 ** Bamboo Garden was een Thais/Aziatisch restaurant, waar je voor iets van 10 euro onbeperkt gebruik mocht maken van het lunchbuffet. De lobby om daar te gaan lunchen hadden we gisteren weten af te staan, ondanks de zeer smakelijke geuren die uit het restaurant dreven.

*** Deze Loppis was een dag eerder dicht geweest, maar nu had het wat weg van de Bijenkorf tijdens de Drie Doldwaze Dagen. Desondanks wist Elisa er nog een paar mooie antieke borden te scoren.

**** Gegeven de grote afstanden (of de vele meren) hebben de Zweden geen echte lange afstand wandelpaden.

^ Het vertellen van (spook/detective)verhalen is ontstaan uit de tijd dat we nog kleine kinderen hadden, die al snel een wandeling te lang vonden. Door ze een spannend verhaal te vertellen werden ze afgeleid en liepen ze een heel stuk verder. Wat begon als een afleiding, is inmiddels een traditie, waarbij ik gelukkig niet meer de enige ben die moet vertellen. Lou en Oskar hadden samen een verhaal (over Hans Happy en een moordmysterie in een Zweeds landhuis), Charlie en Mae (over de Rubik killer in de VS) en ik (over John die eigenlijk Jörge heette, juwelen en een aantal moorden).

^^ De Zweedse jongen die hielp in de bediening heeft wel drie keer gezegd dat het nu ‘echt veel duurder’ was, maar een onbeperkte maaltijd inclusief sushi, een drankje, ijsjes en diverse Thaise recepten vonden wij nog steeds een koopje. ^^^ Ik las Utopia Avenue uit.

Dag 13 poepen, maatje?

Dag 13 poepen, maatje?

Geen kwaad woord over onze nieuwe camping, maar één toiletblock voor -ik schat zo- tachtig staplaatsen is toch wat… uhm karig? Drie wc’s voor de dames, drie voor de heren. Vooral ’s morgens en ’s avonds is het spitsuur. Zo kwam ik op een goed moment het herenblok binnen en vond een jongetje van een jaar of zes, wachtend voor één van de drie dichte deuren. “Pap”, zei hij tegen een gesloten deur in het Nederlands, “ik ben er ook!”. Waarop die vader achter die deur antwoord “Oh, ga je ook lekker poepen, maatje?” Lekker poepen, maatje: drie woorden die ik liever nooit in die combinatie had willen horen. Brrrr.

Deze was helaas dicht….

Maar goed, ik dwaal af. We werden voor zevenen wakker doordat de buurman de deur van zijn auto iets te vaak open en dicht deed. Dat en de zinderende zon, want waar de nacht koud was, was de ochtend hier al snel veel te heet. Ook de kinderen kropen al vroeger dan normaal uit hun tent. Er werd ontbeten, we deden een quiz*, lazen vast boekjes en deden puzzels, totdat het moment daar was dat we met zijn allen in de bus stapten en op zoek gingen naar Loppis, of Loppi, mocht dat de meervoudsvorm zijn**. Al rijdend naar het Zuiden, kwamen we her een daar wat bordjes tegen, hoewel ze niet allemaal open bleken te zijn.

Kopje koffie met gebak

Bij een hele grote Loppis -een verzameling van meerdere gebouwen met allerlei snuisterijen- dwaalden we enige tijd door de kamers en bestelden toen taartjes in het oude hoofdgebouw. Vanaf hier reden we naar Tingsryd, bezochten ook hier nog twee winkels en deden vervolgens inkopen bij de plaatselijke ICA. Er werd nog gelobbyd om bij een plaatselijk restaurant te gaan eten -een lunchbuffet voor slechts 10 euro de man-, maar de ouders waren streng vandaag.

Op de terugweg gingen we op zoek naar een plek aan een meer om ergens even te zwemmen en belandden uiteindelijk bij iets wat Kurrebo heette: een verzameling oude huizen vanaf waar je een mooi uitzicht had op de meren, in een natuurgebied. Hier daalden we af naar het meer, waar we bij een oud boothuis uiteindelijk te water gingen. Net toen we in het water lagen, cirkelden er twee visarenden boven onze hoofden, die binnen een minuut naar grote hoogtes opstegen***.

De lunch

Na de lunch bij het botenhuis, keerden we weer terug naar de tent. Hier gebeurde verder niet heel veel noemenswaardigs: ik rende nog een stukje, er werden boeken gelezen, er werd gekookt (aardappelen met bloemkool en nieuwe vegetarische stukje) en op een goed moment verplaatsten we ons weer naar de bus. Daar deden Charlie, Lou en Oskar nog een billendans op de Beegees, maar die mag ik helaas niet online zetten.

Hengel met de blauwe kop (heeft geen Nederlandse naam in mijn plantenboek)

===============================================

* Niet Breinbrekers zoals ik gister schreef, maar Hersenkrakers

** Eigenlijk was er van de kinderen een wens dat we een grote wandeling zouden gaan maken, maar we zitten momenteel midden in een merengebied, waarbij lange wandelingen schaars zijn.

*** Zelfs als ik het water uit gerend was om mijn fototoestel te pakken, had ik waarschijnlijk slechts twee stipjes kunnen laten zien. Gelukkig begonnen ze laag, zodat iedereen ze goed heeft kunnen zien.

<strong>Dag 12: on the move again</strong>

Dag 12: on the move again

Gisteravond hadden we besloten dat we vandaag zouden vertrekken van ons plekje in het bos. Er was op zich niets mis met de plek (mooi meer, vuurplaatsje), de camping (het toiletgebeuren was klein, maar verder prima) of het dorp (ook klein, ook toereikend), maar we hadden allemaal het gevoel dat we het hier wel gezien hadden. Een nieuwe dag, een nieuw meer, zoals de Zweden altijd zeggen. Elisa had nog even tijd om in het meer te duiken, er werd nog koffiegezet en naar de eekhoorn gekeken, maar niet lang daarna gingen de tenten tegen de vlakte en stopte we alles weer -met gemak- in de grote blauwe bus.

De eekhoorn was weer op zoek naar dingen die hij naar zijn hol kon slepen

Helemaal gerust waren we er niet op. Dat we twee dagen geleden voor een (niet) gesloten slagboom hadden gestaan en afgezeken waren door een Zweedse Karin zat ons nog steeds hoog en ook in mijn vruchteloze zoekpoging naar De Ideale Kampeerplaats gisteravond, was ik al een aantal campings tegengekomen die vol zaten. Juist vandaag was het een stralende dag en om dan de hele dag van camping naar camping, van Karin naar Karin te moeten rijden, was toch een beetje een schrikbeeld. We hadden er dus bewust voor gekozen om naar een plek te gaan waar een cluster van campings was*.

Na een bezoek aan zo’n super supermarkt in Ljungby**, doken we het merengebied aan waar we een camping hoopten te vinden. De eerste -een visserscamping- viel al gelijk af omdat Oskar op de website zag dat hij vol zat, de tweede zag er vol uit, maar had nog wel een plekje hier en daar. Goed als backup optie, maar niet de ideale camping zaols wij hem voor ogen hadden. Al onze hoop werd gezet op de volgende camping in de rij, die een ‘natuurcamping’ was. De laatste keer dat we in Zweden op een natuurcamping hadden gestaan had een onwisbare indruk op de kinderen achtergelaten, dus we waren allemaal niet al te blij toen we vlak voor ons een Duitse auto met camper de zandweg zagen opdraaien. Uiteindelijk maakte het niets uit, want na een kilometer rijden stond er een bord dat de camping vol zat.

Dat was de druppel. Achter de Duitse camper aan, scheurden we terug naar de vorige camping. Hier rende ik -voor de Duitse camper- naar de automatische check-in machine en kocht een kaartje op een fictieve plek. Daarna reden we de camping rond en besloten uiteindelijk voor een plek op het veld te gaan: voldoende ruimte, maar wel in de hete zon, zonder beschutting. Hier aten we wat, zetten de tent op en gingen toen richting het meer om te zwemmen.

De nieuwe kampeerspot

Veel gebeurde er verder eigenlijk niet. We lazen boeken, deden de familiequiz (Breinbrekers!) en ik boog me over de verdere invulling van de reis, want we wilden niet nog een keer voor een gesloten deur staan***. Na wat zoeken vond ik een leuk huisje aan de zuidkust van Zweden, de opmaat voor de terugkeer naar Nederland. Verder zorgde Oskar deze keer voor het avondeten: pastasalade.

Pastasalade

=================================================================

* Een cluster van campings doet dan gelijk weer denken aan een badplaats waar de ene camping naast de andere ligt, maar dat is hier niet het geval. Een ‘cluster’ in Zweden is dat de volgende camping een kwartier rijden verder is, niet gelijk een uur.

** Wederom niet de juiste Fuego gevonden

*** Een complicerende factor hierbij was dat Mae te horen kreeg dat haar NJN kamp naar Engeland technisch gesproken een dag eerder begon, wat inhield dat we eerder naar huis moesten gaan.

<strong>Dag 11: bosbessen, vuur, regen, meertje, Loppis</strong>

Dag 11: bosbessen, vuur, regen, meertje, Loppis

Hoewel we de dag hiervoor niet bijster veel gedaan hadden en ook niet eens zo heel laat naar bed waren gegaan, was iedereen kennelijk moe geweest, want iedereen kwam later dan normaal uit de tent. Dat, of de nacht in twee kleine tentjes met snurkende ouders, hoestende en snorkende kinderen eiste zijn tol*. Hoe het ook zij, ik kroop om acht uur de tent uit, Oskar en Charlie hielden het tot half elf vol. Dat we in een bos stonden hielp hier vast ook bij mee: noch de zon, noch de regen nog de wind werkten als verstorende factoren.

Onze nieuwe stek

Terwijl ik het bos in ging op zoek naar enigszins droog hout -het had hier niet lang geleden duidelijk geregend- en een eerste kommetje bosbessen bij elkaar zocht, dook Elisa het meer in. Niet lang daarna brandde het eerste vuurtje en kropen de kinderen een voor een uit de tent. Er werd koffiegezet, we zagen nog wat eekhoorns en er werd ontbeten.

Om nou te zeggen dat het warm was, was overdreven. De zon liet zich nauwelijks zien en er dreven erg veel (en soms dreigende) wolken over. We doken dus met zijn allen in de auto en reden naar het plaatselijke dorp Unnaryd geheten. Hier hadden ze een goed bevoorrade Coop en -tegen de verwachting in- zelfs een paar huizen waar ze aan Loppis deden**. Het enige probleem was echter dat we nog helemaal geen Zweeds geld hadden gepind, wetende dat je in Zweden eigenlijk alles met een kaart betaald***.

Net toen we het dorp wel hadden gezien en we wilden gaan wandelen, barsten er een stevige regenbui uit, zodat we rennend naar de bus terug moesten. Volgens de buienapp zou het wel even duren, maar ja, erg betrouwbaar was die app tot nu toe niet echt geweest. Ik probeerde de familie nog te verleiden door ze het plaatselijke café te laten zien (“creepy!”) en de pub slash pizzeria (daar was ook iets mis mee), maar gelukkig stuitte we toen in de achterwijk van Unnaryd op een derde café optie****. Dit bleek een café annex museum te zijn waar een Nederlandse jongen/meisje de bediening deed^. We bezochten de diverse huisjes, bekeken de speciale wandkleden die ze daar maakte en bestelden Bolle’s, Boelle’s en wafels.

Bij het museum

Inmiddels was het gestopt met regenen en bleek er vanaf het museum een wandelpad te zijn dat door het plaatselijke natuurgebied liep. Kwamen we toch nog aan onze wandeling toe. Het was een mooi, typisch Zweeds bos met veel mos, varens en omgevallen bomen. Helaas geen Eland, wel een leuke hangbrug.

Zelfs de slakken zochten een droog heenkomen

Terug bij de camping dook iedereen in boeken, ging ik een stief kwartiertje rennen en doken er vervolgens de nodige mensen in het meer. Het weer was nog steeds fris, maar het water was goed te doen. Na het zwemmen had ik alleen wel dode vingers, zodat ik toch nog een poging deed een vuurtje aan de gang te krijgen. Droog hout was er niet echt, maar met een beetje klooien kreeg ik het vuur toch nog een keertje aan de praat. De maaltijd volgde al snel (rijst met erg lekkere pindasaus), de afwas werd gedaan en vervolgens doken we de bus weer in. Helaas bleek de 4G verbinding opeens te haperen, zodat ik moederziel alleen wat hoger op de helling ben gaan zitten om te kijken hoe de rest van de vakantie er precies uit zou zien. Het leverde uiteindelijk niets concreets op, behalve dan dat ik er chagrijnig van werd. Naar bed dus, en morgen weer verder.

======================================================

* Eén voordeel: koud hadden we het niet gehad, terwijl de buitentemperatuur wel duidelijk lager lag dan in Denemarken

** Sinds onze vorige vakantie in Zweden staat Loppis voor ons synoniem mat tweedehands. Een winkel is het vaak niet, maar iemand heeft een schuur (of soms zelfs gewoon een tuin) met tweedehands spullen. Soms is er iemand bij wie je kunt afrekenen, maar doorgaans gaat het op goed vertrouwen: wat prijsplakkertjes, een kistje met geld en je zoekt het verder zelf maar uit. 

*** Gelukkig hadden ze wel een pinautomaat in Unnaryd.

**** Unnaryd bestond zo’n beetje uit twee straten, dus dan heb je het al snel over een voor- en een achterwijk.

^ We waren er niet helemaal over uit welk van de twee het nou was. Hij/zij was in elk geval twaalf jaar geleden naar Zweden geëmigreerd en sprak nog perfect Nederlands.

Dag 10: op naar Zweden

Vandaag stond er weer eens een reisdag op het programma, wat doorgaans niet de meest spannende dagen van de vakantie zijn. Eigenlijk viel deze dag in drie delen uiteen: Denemarken, boot, Zweden.

Denemarken. Hoewel het weer zonnig (en winderig) was, werd er niet meer gezwommen en stond de ochtend in het teken van het inpakken en opbreken. Het enige spijtige was dat er toch nog een klein buitje overtrok, zodat onze tenten niet volledig droog de zakken in gingen. We aten een ontbijt, zetten zelfs nog even koffie, betaalden en reden toen naar Grenå*. Hier bezochten we nog wat tweedehandswinkels, voordat we keurig op tijd achter in de rij aansloten bij de boot.

Nou goed, midden in de rij dan toch

Boot. Eén van de rustigste overtochten effâh: bijna geen deining en op een één of andere manier had ons reisbureau** tickets gekocht met luxe ligstoelen in een aparte lounge, zodat sommige van ons zelfs even hebben liggen slapen. Het was verder geen al te grote boot, dus ons idee om ons avondmaal -fish and chips- op de boot te gebruiken viel in het water: je kon er een bord spaghetti met meat balls krijgen, meer niet.

Op de boot

Zweden. Hier arriveerden we uiteindelijk om half zeven in Halmstad. Het idee was om hier even snel wat te eten en dan naar de camping te rijden. Met twee vegetariërs aan boord kom je dan al snel op de Burger King uit, want die verkopen tegenwoordig overal plantaardige burgers (die goed smaken)***. De tank werd nog volgegooid en vervolgens naar ons einddoel: Löckna camping, een uur rijden oostwaarts.

De moderne reiziger

Eén telefoongesprek met iemand uit Zanzibar, twee kraanvogels**** en drie reeën later arriveerden we bij de camping in the middle of nowhere aan een meer. Hier werden we met open armen ontvangen door de campingbazin met een chagrijnige kop weggestuurd omdat de camping vol zou zitten. Nou was dat al een tegenvaller, maar we werden door haar bovendien min of meer beschuldigd dat we de slagboom hadden opengedaan die zij zelf tien minuten eerder had dichtgedaan. Niets was minder waar. Ik zal de term Zweedse nazi niet gebruiken, maar het mag duidelijk zijn dat deze Karin geen vrienden had in de blauwe bus.

Wat te doen? De dichtstbijzijnde camping lag 20 minuten verder, in the middle of nowhere aan een meer. Maar wat als die ook vol bleek? We namen de gok en arriveerden even over negen op de camping. Ook deze leek vol, maar hier snapten ze tenminste dat Zweden een groot land is en dat je in het bos altijd wel een plekje kunt vinden om twee tentjes op te zetten. In de invallende donkerte zetten we de twee tentjes op, poetsten onze tanden en kropen vervolgens in onze slaapzakken. De laatste conversatie die ik uit de andere tent hoorde ging over Karin…

==================================================

* Het bleek de duurste camping ooit te zijn: omgerekend ruim 90 euro per nacht… Aan de andere kant was het wel echt een unieke plek, daar aan de zee.

** Maison Daalder voor al uw reistickets. Ik ben me alleen van geen kwaad bewust dat ik die luxe stoelen geboekt had: dit was bij mijn weten de enige optie die ik had. Voordeel was wel dat iedereen zijn/haar iphones/fitbits/computers/fototoestellen kon opladen.

*** Hoogtepunt hier was dat we zelf onze frisdrank mochten inschenken, zodat we allerlei vreemde fanta/cola/sprite dranjes dronken.

**** Die liepen statig stappend in een weiland langs de weg.

Dag 9: zonnetje met regen

Dag 9: zonnetje met regen

Volgens mij was het tijdens een zomervakantie in Engeland, maar het kan ook in Frankrijk zijn geweest, ergens in de jaren zeventig. Wij hadden met de familie een dag op het strand gezeten, gezwommen en gespeeld en tegen de tijd dat we terugliepen naar de auto kwamen we allemaal mensen met truien en dikke (regen)jassen tegen. Toen we omkeken konden we zien dat wij de hele dag precies in de enige strook blauwe lucht hadden gezeten, terwijl de rest van de badgasten in de kou en de regen hadden gezeten.

De wolk die maar niet weg wilde gaan

Dat dus, maar dan precies andersom gebeurde deze ochtend. In de nacht was het begonnen met regenen, om zeven uur regende het en om acht uur ging het nog wat harder regenen. Na een blik op de buienradar geworpen te hebben werd al duidelijk waarom het maar niet ophield met regenen: we zaten in de strook met regen, die precies in de verkeerde richting bewoog, zodat we er alsmaar in bleven zitten. Twintig kilometer naar het noorden was er niets aan de hand, twintig kilometer naar het zuiden ook niet: alleen wij waren verdoemd tot vijf uur doorgaande regen, met bijbehorende wind.

De huiskamer/bus

Het viel wat rauw op ons dak (no pun intended). De laatste keer dat we de weersverwachting hadden gecheckt -twee dagen geleden- zou het vandaag een niet onaardige dag worden: een zonnetje met een regenwolkje*. En het was niet de eerste keer dat we door de weersverwachting op het verkeerde been waren gezet. Voorspelde zon kwam niet opdagen, stormen werden niet aangekondigd en regen hield zich al helemaal niet aan de kalender. Misschien keken wij naar de verkeerde verwachtingen?

Hoe dan ook, het zonnige weer zat er niet in. Gelukkig hield het op een goed moment wel even op met regenen. De wind/storm kwam wederom uit een andere hoek, dus de keuken moest achter de bus worden geplaatst om koffie te kunnen zetten. We aten ons ontbijt in de bus, we zetten de tarp op om toch weer een beetje een regenvrije ruimte te hebben, zodat de stoelen -die we buiten hadden laten liggen- konden drogen. Oh en ik dook, geheel tegen de gangbare orde als enige de zee in, om even op het zwaar op en neer deinende, drijvende steigertje te gaan staan en van de glijbaan te roetsjen.

Veel noemenswaardigs gebeurde er gedurende de dag niet. Het weer leek even wat beter te worden, dus we reden met de bus naar een plek, waar we een kleine wandeling maakten**. Ook nu werden we weer overvallen door een niet aangekondigde regenbui, maar deze keer hadden we geluk: we belandden bij een heel leuk Italiaans restaurant, waar we wat dronken of ijsje aten***. Na deze korte wandeling deden we nog boodschappen in Vled en keerden toen weer terug naar de camping. Hier werd gerend****, gezwommen en gewandeld.

Oude stenen

Veel leuker was dat Elisa op een goed moment twee ‘vissen’ zag die met hun vinnen boven water uitkwamen. Iets van dolfijnen of bruinvissen dacht ze, maar helaas had niemand het gezien. Gelukkig kwam er een uurtje later nog eentje langs, net toen we met zijn allen bij de tent zaten. Niet alleen zagen we de vin inderdaad boven water opduiken, maar bovendien hebben we er ook een filmpje van^!

Ongelukje….

dirty shoes

Na het avondeten (flappen met een ongelukje^^) gingen we niet te laat naar bed. Morgen zouden we naar Zweden afreizen.

=============================================

* Achteraf gezien klopte dat overigens wel, behalve dan dat dat zonnetje pas om vier uur zijn gezicht liet zien.

** Het ‘hoogtepunt’ was een cirkel van stenen, die daar kennelijk al sinds 3300 voor Christus stond.  

*** Het barmeisje -een echte Italiaanse- wilde heel graag weten of de weg naar Nederland goed te doen was: het was duidelijk dat ze daar graag een keer naar toe wilde.

**** van het strand ben ik naar het hoogste punt (+125 meter) in de buurt gerend, wat een redelijk zware zit was.

^ Het filmpje heeft wel een hoog monster van lochness gehalte, maar gegeven de grootte denk ik dat het een dolfijn of een tonijn moet zijn. Of tonijnen ook echt ‘bovenduiken’ weet ik alleen niet

^^ Ik trapte de koekenpan met vlees om….